Mountainbike techniek (deel 1)

Als je al geruime tijd op de racefiets rijdt, dan is de kans groot dat je wel eens toe bent aan iets spectaculairders. Mountainbiken of gravelfietsen bijvoorbeeld 🙂 Je komt er dan echter snel achter dat bij offroad fietsen en wel wat moet worden bijgeschaafd aan je techniek. In het onderstaande artikel neem ik je stap-voor-stap mee in de technieken die je zou moeten beheersen of veilig te beginnen met mountainbiken. Waarmee begin je, naast een goed onderhouden mountainbike en materiaal, nou en hoe zorg je er voor dat je ook de eerste keren weer heelhuids uit het bos komt?

Remmen om te stoppen
Hard fietsen in het bos is leuk maar effectief en veilig remmen is dan wel essentieel. Bij het afremmen voor een bocht of obstakel is het van belang om grip te houden. Slippend kom je meestal niet sneller tot stilstand en daarnaast verhoog je het risico op vallen.
Maar hoe rem je nou op de juiste manier? De meeste remkracht heb je op je voorwiel. Dat is ook de reden waarom de remschijf in je voorwiel meestal groter is dan die in je achterwiel. Dat heeft als gevolg dat je bij hard remmen het gevoel hebt over-de-kop te gaan. Om dit te voorkomen verplaats je je gewicht wat naar achteren en verhoog je de druk op je achterwiel. Probeer vervolgens gedoseerd te remmen zodat je voorwiel in ieder geval niet gaat glijden (achter is dat minder problematisch).

Oefen het remmen op een grindpad of grasveld om te voelen hoe je fiets zich gedraagt. Probeer op een grasveld bijvoorbeeld eens wat er gebeurd als je je gewicht juist wat naar voren verplaatst en alleen achter remt. Je zult merken dat je achterwiel gaat slippen, je weinig snelheid verminderd maar óók dat een slippend achterwiel geen reden tot paniek is.

Remmen om te sturen
Waar je hierboven probeert te voorkomen dat je wielen gaan glijden, kan het bij het rijden van korte haakse bochten wel effectief zijn om je achterwiel de hoek om te laten slippen. Reden hiervoor is dat wanneer je met je voorwiel een bocht instuurt, je achterwiel altijd een kortere bocht wil maken. Wanneer je dus met je voorwiel heel kort om een boom draait, dan kun je er donder op zeggen dat je heup diezelfde boom gaat raken :-/ Om dit te voorkomen kun je je achterwiel kort blokkeren zodat deze uitbreekt en je daarmee de bocht groter maakt.
Om dit te oefenen adviseer ik om hier een grasveld voor op te zoeken. Als je je bidon neerzet en daar heel kort omheen stuurt, dan zul je zien dat je voorwiel boven de bidon gaat en je voorwiel eronder (of waarschijnlijk er overheen). Probeer stpasgewijs met je achterwiel te slippen om de bocht van je achterwiel groter te maken. Lukt het slippen niet? Verplaats dan je gewicht steeds wat verder naar voren om de druk (grip) van je achterwiel te verlagen.

De juiste versnelling
Bij het mountainbiken is het belangrijk om vaart te houden. Dit zorgt ervoor dat je makkelijk uit een bocht komt of dat je soepel een kort klimmetje kunt nemen. Hiervoor is het van belang dat je de juiste trapfrequentie hebt. Bij offroad rijden is om die reden de trapfrequentie hoger dan bij wielrennen. Welke frequentie je fijn vindt is persoonlijk. Ik rijd zelf meestal op 80 tot 90 omwentelingen per minuut.

Aangezien je snelheid niet altijd hetzelfde is, zul je je versnellingen dus moeten gebruiken. Over het algemeen is het gebruik van je achterderailleur en cassette voldoende en hoef je voor niet te schakelen (als je niet met een enkel voorblad rijdt). Om je materiaal te sparen en soepel te kunnen schakelen is het handig om heel even wat minder kracht te leveren tijdens het schakelen. Meestal is 1 of 2 tandjes lichter schakelen al voldoende om een kort klimmetje te pakken of snel weer op gang te komen na een bocht. Oefen hier ook mee en zorg natuurlijk ook dat je materiaal goed onderhouden is. Probeer jezelf aan te leren om pas te schakelen als het nodig is en dus niet al lichter te schakelen als je in de verte een heuveltje ziet.

Positie op de fiets
De positie op je fiets is belangrijk. Om te beginnen zou je bij de fietsenwinkel een aantal fietsen kunnen proberen om de juiste maat te kiezen of laat je een speciale bikefit uitvoeren. Wanneer de maat van je fiets niet goed is, dan fiets je onzeker in het bos en krijg je op termijn gegarandeerd problemen met je nek, schouders en armen.
Bij het fietsen in het bos is het belangrijk dat je dynamisch kunt fietsen. Hierbij kun je met je lichaam reageren op obstakels. Je hebt je armen licht gebogen zodat je ze nog kunt strekken bij het insturen van een bocht en je zadel staat op een hoogte zodat je nog kunt gaan staan om het gewicht daar vanaf te halen en zodat je je gewicht weer naar beneden kunt verplaatsen om te ‘veren’ in een bocht of op een pumptrack.

Kijken, kijken, kijken
Wat misschien nog wel het belangrijkste is bij het rijden in het bos is (goed) kijken. Dat klinkt logisch maar is het niet altijd. Als je namelijk niet goed kijkt, dan maak je stuurfouten en zul je veel meer energie moeten leveren dan iemand die wél goed kijkt.

Kijken op technische paden

Bij het rijden over technische paden, is het van belang dat je de 5 meter voor je fiets (beetje afhankelijk van je snelheid) continue scant. Je kijkt waar de juiste lijnen liggen en waar je obstakels tegenkomt. Als je hebt gezien dat er na 4 meter een boomstronk staat, dan pas je je rijrichting daar op aan en vervolgens kijk je weer verder. Veelgemaakte fout bij beginnende fietsers is dat je die boomstonk blijft aanstaren totdat je er voorbij bent. Daar gaat het gegarandeerd mis. Je rijdt daardoor juist naar die stronk toe en moet dan op het laatste moment corrigeren. Je hebt dan gelijk ook weer een ander probleem want je hebt niet gezien wat er ná die stronk komt. Je loopt dus achter de feiten aan en bent constant aan het corrigeren.

Kijken in de bocht
Ditzelfde probleem treedt op bij het rijden van bochten. Wanneer je niet de bocht “in” kijkt om te zien waar je naartoe gaat, dan kun je er donder op zeggen dat je de bocht aan de buitenkant uitrijdt en dit moet corrigeren (meestal door te remmen). Hier doe je dus hetzelfde als bij het rijden van een technisch pad. Kijk de bocht in zodat je weet waar je naar toe moet en hoever de bocht door loopt. Wanneer je goed de bocht in kijkt, dan zul je merken dat je fiets eigenlijk al automatisch volgt.

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen

Als je echt wilt mountainbiken als een baas, dan zul je aan de bak moeten. Probeer die lastige situaties die je tegenkomt gewoon eens 10 of 15 keer uit. Je zult zien dat het steeds beter gaat. Lukt het je dan nog steeds niet of heb je behoefte aan een mountainbike trainer? Check dan zeker even www.mtbmasters.nl , ik help je met alle plezier!

Het bericht Mountainbike techniek (deel 1) verscheen eerst op Ride it!.

Geef een reactie